Tagarchief: non-fictie

Doodsangst

Als kind laat je je alles wijsmaken. Hoe systematischer dat gebeurt, hoe moeilijker het is om je daar weer van te bevrijden. Ik werd Katholiek opgevoed, was zelfs even misdienaar, maar begon vanaf de vroege puberteit te merken dat er een hoop niet klopte. Ik verdiepte me in nog wat andere godsdiensten, maar ook die overtuigden niet helemaal, al heeft het Boeddhisme me nog lang beziggehouden. Het lastigste om kwijt te raken was het gevoel dat je als je dood gaat je door iets of iemand geoordeeld zou worden. Dus was ik wel een boef, maar nooit echt slecht, want tja, je weet nooit of je dat niet nog eens aan de een of andere hemelpoort moet uitleggen. Misschien maar goed ook dus, die remming, want wie weet wat voor een schurk ik anders geworden zou zijn.

Al sinds mensenheugenis dromen wij van onsterfelijkheid. In de vorm van een leven na de dood, een reïncarnatie of, beter nog, een eeuwig leven hier, in ons eigen lijf. In het uiterst vermakelijke ‘Onsterfelijkheid voor beginners’ legt Ellen de Bruin uit hoe men denkt dat voor elkaar te krijgen. Hoewel de titel wellicht anders doet vermoeden, is het geen modieus hapsnap boekje, maar wordt er behoorlijk diep in de materie gedoken. Veel humor, maar daarom niet minder serieus.

Lees verder Doodsangst

Musk

In de gebruikelijke stroom journalistieke bagger waar ik dagelijks doorheen waad op zoek naar die paar pareltjes, die het lezend leven de moeite waard maken, kwam ik een tussengevalletje tegen. Op zich een prima geschreven stuk, maar wat proefde ik daar nou toch tussen de regels door? Jaloezie? Nu is Elon Musk een controversieel figuur, zoals vrijwel iedereen die een visie heeft én succes, maar om hem nu als een doodordinaire kapitalist weg te zetten, die het alleen maar om de poen gaat, is me wat te gortig.

Ik steek mijn bewondering voor Musk niet onder stoelen of banken. Net als Steve Jobs is hij wellicht geen ideale werkgever, geen prettig sociaal persoon en misschien wel een hork of zelfs een klootzak, maar dat doet niets af aan het feit dat hij zo’n beetje in zijn eentje hele technologische revoluties op gang brengt. Ja maar, stond er in het stuk, hij vindt die technologie niet zelf uit. Nee, Jobs heeft de smartphone ook niet bedacht, maar wel de smartphonerevolutie ontketend. Trouwens, de meeste hedendaagse technologie is er dankzij de door de overheid gesponsorde wetenschap gekomen. Bedrijven maken die vervolgens commercieel. Je leest hier een goed verhaal over hoe dat zit.

Lees verder Musk

Stenen

Ergens halverwege de jaren ’80 ging ik met een vriendin voor een weekje naar Engeland. Zij had in Londen gewoond en wilde wat vrienden opzoeken, ik had Oxford en Stonehenge op mijn bucketlijstje staan. Behalve dat je links moet rijden, het belabberde eten en de Britten zelf natuurlijk, is het best een aardig land. Londen vond ik niks, behalve het Hampstead Heath park, en Oxford was geweldig, maar vooral die paar uur bij Stonehenge zijn 30 jaar later nog steeds een aangename herinnering. Al wist ik er nauwelijks veel meer van dan de gemiddelde toerist, het maakt indruk en smaakte eigenlijk naar meer. Ik zag weliswaar nog een paar andere steencirkels en had daarvoor al eens een verdwaalde hunebed in Drenthe gespot, je rijdt daarna weer naar huis en bent al snel weer met andere dingen bezig.

Gelukkig is een mens nooit te oud om te leren en attendeert iemand je wel eens op een interessant boek. Zo las ik een tijdje terug een uitstekende recensie van ‘Een paleis voor de doden’ van de Belgische wetenschapsjournalist Herman Clerinx. Kijk, die man neemt geen halve maatregelen. Als er ergens in Nederland, België, Frankrijk of Engeland een interessante steen staat, dan staat die in het boek en vertelt hij je niet alleen een korte geschiedenis en de nodige anekdotes, maar ook waar je dat ding precies kunt vinden. Een veldgids. Om blij van te worden.

Lees verder Stenen

Taal

Behalve lezen vond ik ook schrijven al op jonge leeftijd leuk. En dan vooral spelen met taal. Ik schreef liedjes, gedichten en observaties. Ik was verslaafd aan cabaret en verslond de soms ronduit absurde taalkronkels van idolen als Kees van Kooten en Drs. P. Uiteindelijk resulteerde één en ander jaren later in mijn bestaan als tekstschrijver. Taal is zeg maar echt mijn ding. Dus toen er in 2009 een boek verscheen met die titel, was mijn nieuwsgierigheid direct gewekt. Paulien Cornelisse schrijft in dit soms buitengewoon geestige werkje over de merkwaardige wijze waarop mensen met taal omgaan. Hoewel taal bedoeld is om iets duidelijk te maken, komt daar vaak maar weinig van terecht. Talloze zeer herkenbare voorbeelden tonen de feitelijke onmogelijkheid van helder communiceren aan. Omdat één boekje niet genoeg bleek, kwam een paar jaar later ‘En dan nog iets’ met nog veel meer rake observaties van hoe wij in het dagelijkse leven stuntelen met taal. Lichtvoetig en in prettig leesbare stijl. En met veel aha-erlebnis. Geen hoogstaande taalstudie, maar ook geen niemandalletje. Ik kan beide boekjes van harte aanbevelen. Goed voor uren leesplezier. Dit is overigens uiterst subjectief. Er verschijnen aan de lopende band taalboekjes, die ik niet allemaal lees, en er zit vast wel meer vermakelijk leesvoer tussen.

Lees verder Taal

Feestje in het brein

Ik ben jarig vandaag. Maar ik word 60, dus ik vind dat er eigenlijk niets te vieren valt. Toch tracteer ik: op een extra lang feestblogje. Vandaag over een boek dat ik vorige week alvast voor mijn verjaardag kreeg en dat ik nu aan het lezen ben. Ik kwam het een tijdje terug tegen in een mooie recensie op Sargasso, van de hand van Marcel Hulspas, een wetenschapsjournalist. Die schreef onder meer dat dat boek een mijlpaal in zijn persoonlijke ontwikkeling was. Nou, dát maakte me nieuwsgierig. Niet omdat ik net zo’n knorrepot als Marcel wil worden, maar omdat hij vaak hele intelligente dingen schrijft, over uiteenlopende onderwerpen. Los daarvan intrigeerde het onderwerp van het boek me sowieso direct. Om dat te begrijpen is er eerst een beetje van mijn voorgeschiedenis nodig.

Tussen mijn 15e en mijn 25e gebruikte ik ongeveer 2 á 300 keer hallucinogene middelen. LSD, DMT, STP, peyote, psylocybine en nog wat van die spannende stofjes. Zelfs een paar keer een vliegenzwam. Maar die is toch zwaar giftig? Mooi verhaal. Ja en nee. De truc was om een minuut of 20 na inname een vinger in je keel te steken om de halfverteerde zooi weer uit te spugen. Anders liep het mogelijk slecht met je af (niet geprobeerd). Maar deed je het goed, dan was de beloning een trip van ongekende heftigheid.

Nu geef ik onmiddellijk toe dat het er in de meeste gevallen gewoon om ging een goede tijd te hebben. Maar een aantal keren deed ik ook wat experimenten. Wetenschappelijk zou ik het niet willen noemen, maar leerzaam was het wel.

Lees verder Feestje in het brein

Oliver Sacks

Dit stukje gaat eigenlijk niet over een echte schrijver. Toch heeft hij een aantal fantastische boeken geschreven. Er is er zelfs één verfilmd. Bij non-fictie is het soms wat lastig om van een schrijver te spreken. Vaak zijn het immers in de eerste plaats wetenschappers. In dit geval gaat het over Oliver Sacks, een Britse neuroloog, die met groot enthousiasme over zijn vak schreef, bevlogen, boeiend en gelardeerd met droge humor, zoals alleen Britten dat kunnen. Zijn eerste boek, ‘Ontwaken in verbijstering’, over zijn werk met slaapziektepatiënten, werd later verfilmd met mijn favoriete acteur Robin Williams in de hoofdrol. Bijzonder eigenlijk, dat non-fictie zo werd verfilmd. Of misschien ook niet. Want Sacks begon te schrijven uit een drang om in begrijpelijke taal te vertellen over de vaak wonderlijke zaken en mensen die hij tijdens zijn werk tegen kwam. En hij deed dat met smaak, humor en groot verstand van zaken. Dat resulteerde in een aantal zowel vermakelijke als leerzame boeken, zoals ‘De man die zijn vrouw voor een hoed hield’ en ‘Antropoloog op Mars’. Uiteraard zijn er daarnaast talloze artikelen van zijn hand te vinden en boeiende interviews. Wim Kayzer maakte in 1993 de fantastische documentaire ‘Een schitterend ongeluk’, waarin één aflevering aan Sacks gewijd is. Je kunt hem hier terugzien. Wat gedateerd wellicht, maar wat is het leuk om die man te horen praten. Overigens is de hele documentaire het kijken (na bijna 25 jaar!) meer dan waard.

Lees verder Oliver Sacks

Het laatste nieuws

Ik mag graag het nieuws een beetje volgen. Maar er is iets raars gebeurd met de journalistiek de laatste jaren. Even los van kwalijke ontwikkelingen als fake news en framing en clickbait, vind ik dat de kwaliteit van de gewone verslaggeving in het algemeen behoorlijk is gedaald. Ik ben altijd op zoek naar informatie, niet zozeer in de zin van wat er nu weer net gebeurd is, maar voorbij de waan van de dag: achtergrondartikelen, analyses en goede verhalen over dingen waar je eigenlijk zelden over nadenkt. Een perfect voorbeeld van het laatste en tevens één van de beste verhalen die ik in 2016 las, is deze uit de New York Times. Journalistiek van de allerbovenste plank. Een (behoorlijke) longread, maar de moeite waard. Een genot om te lezen, echt.

Maar dat is een buitenlandse krant! Ja, sorry mensen, maar de vaderlandse journalistiek is echt niet meer wat het ooit was. In een aantal opzichten. Ik geloof bijvoorbeeld niet dat ik de laatste 15 jaar nog een krant heb gelezen, die foutloos Nederlands bevatte. Of een tijdschrift. Of een boek. Een tikfoutje, alla, dan kan gebeuren, maar kromme zinnen, contaminaties, pleonasmen, d’s en t’s op de verkeerde plekken, die ipv dat en vice versa en ga zo maar door. Taalpuristisch gezeur? Hee, dit zijn broodschrijvers, goed (nou ja, niet altijd) betaalde professionals, vaak ook nog gesuperviseerd door redacteuren, geen hobbybloggers zoals jij en ik. Ze moesten zich kapotschamen.

Lees verder Het laatste nieuws

Verleden tijd

Mijn favoriete non-fictie onderwerp is geschiedenis. Maar ik twijfel of ik daar wel iets in moet recenseren, want ik ben geen historicus en ik kan wat ik lees in elk geval inhoudelijk niet goed beoordelen. Dus als ik al een paar mooie boeken noem, die ik je wil aanraden (als het onderwerp je boeit, natuurlijk), dan verwijs ik je gewoon door naar een recensie van iemand die echt weet waarover hij praat/schrijft. Jona Lendering bijvoorbeeld, die niet alleen een paar uitstekende boeken schreef, maar ook vrijwel dagelijks buitengewoon aanstekelijk blogt en in 95% van de gevallen gaat dat over geschiedenis. Je vindt zijn site hier.

Mijn belangstelling gaat vooral uit naar de oudheid. De Egyptenaren, de Sumeriërs, de Perzen, de Romeinen, dat volk. Op het moment lees ik een tweetal boeken van John Romer over de geschiedenis van Egypte. Nou ben ik al een ouwe lul, dus ik las inmiddels het nodige over dat land. Dat begon 50 jaar terug al in het populair-wetenschappelijke jeugdblad KIJK en zo af en toe kocht of leende ik wat en ik dacht dat ik het wel zo’n beetje wist allemaal over die faraos en hun piramiden. Maar het aardige van geschiedenis is dat die verandert. Niet echt natuurlijk, maar men graaft alsmaar meer dingen op (er wordt nog steeds ontzettend veel archeologisch veldwerk gedaan elke dag), ontcijfert kleitabletten, onderzoekt bestaand materiaal, legt zo steeds nieuwe verbanden en is zo van tijd tot tijd gedwongen de geschiedenis te herschrijven. Van Romers boeken valt mijn mond regelmatig open en bovendien heeft hij een aangename manier om die ‘nieuwe’ geschiedenis te vertellen, zodat het zelfs in het Engels (geen Ned. vertaling beschikbaar) prettig lezen blijft. Een recensie van Jona’s hand vind je hier.

Lees verder Verleden tijd

Verboden vruchten

De organisatoren van de Boekenweek hebben in hun oneindige wijsheid besloten ‘Verboden Vruchten’ tot het thema van 2017 te maken. Connie Palmen doet er een boekje over open en vermoedelijk weet Herman Koch er ook wel raad mee in zijn Boekenweekgeschenk. Plus natuurlijk volop aandacht voor een vloed van schrijvers en schrijfsters die zich al ooit aan het onderwerp wijdden (of vertilden). Ik ging nog iets verder terug, naar 1968, en vraag je aandacht voor een meesterwerk, dat helaas in de vergetelheid raakte.

Tom Wolfe, een icoon in Amerika, is in ons land vooral bekend door zijn romans, waarvan ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ de meest opvallende is. Maar voor hij fictie begon te schrijven, was Wolfe eerst jarenlang journalist. En wat voor één. Zijn reportages, waarvan er een aantal ook in boekvorm uitkwamen, leken in niets op alles wat er daarvoor geschreven werd. Wolfe dompelde zich helemaal onder in zijn onderwerp en beschreef wat hij meemaakte op een uiterst persoonlijke, rauwe en buitengewoon beeldende manier. Bijna in zijn eentje zette hij een compleet nieuwe vorm van journalistiek op het menu van bladen als Vanity Fair en The New Yorker.

Lees verder Verboden vruchten