Doodsangst

Als kind laat je je alles wijsmaken. Hoe systematischer dat gebeurt, hoe moeilijker het is om je daar weer van te bevrijden. Ik werd Katholiek opgevoed, was zelfs even misdienaar, maar begon vanaf de vroege puberteit te merken dat er een hoop niet klopte. Ik verdiepte me in nog wat andere godsdiensten, maar ook die overtuigden niet helemaal, al heeft het Boeddhisme me nog lang beziggehouden. Het lastigste om kwijt te raken was het gevoel dat je als je dood gaat je door iets of iemand geoordeeld zou worden. Dus was ik wel een boef, maar nooit echt slecht, want tja, je weet nooit of je dat niet nog eens aan de een of andere hemelpoort moet uitleggen. Misschien maar goed ook dus, die remming, want wie weet wat voor een schurk ik anders geworden zou zijn.

Al sinds mensenheugenis dromen wij van onsterfelijkheid. In de vorm van een leven na de dood, een reïncarnatie of, beter nog, een eeuwig leven hier, in ons eigen lijf. In het uiterst vermakelijke ‘Onsterfelijkheid voor beginners’ legt Ellen de Bruin uit hoe men denkt dat voor elkaar te krijgen. Hoewel de titel wellicht anders doet vermoeden, is het geen modieus hapsnap boekje, maar wordt er behoorlijk diep in de materie gedoken. Veel humor, maar daarom niet minder serieus.

Volgens de schrijfster liggen er verschillende wegen voor ons open. Dat geen van die wegen zich al heeft bewezen mag de pret niet drukken. Immers, nog nooit keerde iemand terug van gene zijde om te vertellen hoe leuk het daar is. En dat de Dalai Lama de 14e reïncarnatie van iemand is, lijkt ook niet meer dan een broodje aapverhaal. Behalve in films kwam ik ook nog geen onsterfelijke mensen tegen. En die zogenaamde verlichte goeroes gaan ook allemaal gewoon dood. Ellen is ook niet overtuigd, maar vol goede moed gaat zij het gesprek aan met de vertegenwoordigers van de verschillende overlevingstactieken, checkt en dubbelcheckt en geeft en passant ook nog vrij verdienstelijke geschiedenislesjes. Ik heb natuurlijk al overal verstand van, maar ik stak nog aardig wat op van dit boek. Aangenaam, goed geschreven leesvoer.

Eigenlijk kwam ik in het hele verhaal maar één ding tegen, waar ik het niet mee eens ben. Al in de inleiding wordt als één van de redenen voor onze voortlevingsdrang het simpele feit genoemd dat we bang zijn om dood te gaan. We verzinnen van alles om maar niet met die angst om te hoeven gaan. We stoppen hem weg, overschreeuwen hem of, inderdaad, we zoeken naar een manier om de dood te overstijgen of eindeloos uit te stellen. Volgens Ellen is er niemand die geen angst voor de dood heeft, ook al roepen sommigen van wel.

Dat is niet waar. Ik ben niet bang. Zodra je je eigen belangrijkheid hebt ontrafeld en je de futiliteit van je bestaan hebt omarmd, kun je werkelijk genieten van je leven en maakt het niet meer uit hoe lang dat duurt. Ik wíl niet eens oud worden. Ik dacht een paar jaar terug dat ik een dodelijke ziekte had en ja, ik was blij toen dat uiteindelijk niet het geval bleek, omdat ik bang ben om te lijden, niet om te sterven. Ik beschouw elke dag gewoon als een cadeautje. Als ik dood ga is dat vooral vervelend voor de mensen die achterblijven. Dat houdt me wel eens bezig. Maar doodgaan zelf zie ik net als gaan slapen als je heel erg moe bent. Heerlijk. Eindelijk rust.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *