Slim (4)

Dit is deel 4 van een serie van vijf. Het eerste deel vindt u hier.

Zo. Alsof je van een rijdende trein springt. Na wat pijnlijke buitelingen in het gras naast de spoorbaan, vond ik mijzelf terug in een wat kleiner huis, weer alleen met mijn zoon en, korte tijd later, een flinke maagzweer. Omdat ik toch met wat vragen bleef zitten over mijn zelfdestructieve gedrag, besloot ik een therapeut te raadplegen. Dat was op zich best verhelderend. Ik spendeerde uiteindelijk 3 jaar in een groep met 10 andere mislukkelingen. Mij leek overigens dat je sommige dingen niet eens wíl weten over jezelf. Helemaal blij werd ik er dus niet van. Gelukkig had ik weer eens mazzel en kwam via via in aanraking met een stel Indianen. Velen daarvan leken vooral geïnteresseerd in hun vrouwelijke volgelingen, maar er zaten ook een paar echt wijze mannen tussen. Ik deed zweethutten om me van mijn oude huid te ontdoen en medicijnceremonies om mijn plaats in het geheel te kunnen duiden. Ook therapie, maar dan anders. Ongewoon was dat ik aanvankelijk geen medicijn (peyote) wilde nemen, omdat ik dat toch als een drug beschouwde en daar had ik nu definitief een streep ondergezet. De Indiaan die de ceremonies leidde vond dat buitengewoon grappig. Alsof ik wilde leren fietsen zonder een fiets te gebruiken.

Lees verder Slim (4)

Slim (3)

Dit is deel 3 van een serie van 5. De eerste aflevering vind je hier.

De verantwoordelijkheden die het alleenstaand vaderschap met zich meebrengt, dwongen mij weliswaar niet om de factor seks&drugs&rock&roll helemaal uit te bannen, maar toch tenminste binnen aanvaardbare grenzen te houden. Dat kwam niet alleen mijn gezondheid, maar ook mijn discipline en kwaliteit van werken ten goede. Ik heb nooit bij de top van het reclamewezen behoord, won nooit een prijs, maar ik was beslist behoorlijk goed in mijn werk en kreeg regelmatig goede kritieken in de vakbladen. Pak en stropdas verdwenen weer in de prullenbak en ook een kapper bezocht ik sindsdien nooit meer. Een curieus universum, de reclamewereld. Alleen al over de merkwaardige figuren daarin en de krankzinnige situaties waarin ik soms verzeild raakte, valt een aardig boek te schrijven. In een volgend leven dan maar.

Toen de jaren ’90 begonnen kwam ik een alleenstaande moeder met een dochtertje tegen en vormden we een gezinnetje. We gingen groots wonen, want inmiddels verdiende ik meer dan een ton netto per jaar, reed in een Porsche, sleepte een PTT-koffer met me mee, waarmee je ‘mobiel’ kon bellen en had altijd een pakje coke in mijn mouw. Goh, wat voelde ik mij weer ontzettend slim.

Lees verder Slim (3)

Slim (2)

Dit is het tweede deel van een serie van vijf. Het eerste deel vind je hier.

Je kan plannen wat je wilt in het leven, het lot of het toeval, wat je wil, gooit altijd weer roet in het eten. In het voorjaar van 1982 maakte ik mijn vriendin zwanger. Hoewel dat niet de bedoeling was, leek het ons ook geen ramp. Dat de baby voor 1e Kerstdag werd uitgerekend was alleen maar logisch. It’s hard to be humble if you are the best. En zo werd ik in de winter van ’82 pappie van een zoon in het Griekse Sparta. Een echte Spartaan! It’s hard.. oh, dat had ik al gezegd. Dat ik er de eerste vijf maanden in het leven van mijn zoon elke dag bij was, is een geschenk waar ik nog altijd dankbaar voor ben. Maar daarna moest er natuurlijk een zomer lang weer gewoon keihard gewerkt worden. In oktober gingen we wederom op weg naar de zon. Maar kwamen deze keer niet verder dan Keulen, waar een vrachtwagenchauffeur die in slaap gevallen was, ons rijdende huis van achteren total loss reed. Vrouw en kind in het ziekenhuis en meteen ook nog dakloos, want ook in de zomer woonden we in onze bus. Tegen botte pech helpt slimheid helaas niet veel. En zoals te doen gebruikelijk komt een ongeluk zelden alleen. Mijn vriendin begon gefrustreerd weer drugs te gebruiken, van het één kwam het ander en een dik jaar later waren we na 9 jaar samenwonen uit elkaar.

Lees verder Slim (2)

Slim (1)

Zelf vind ik dat ik best een slimme jongen ben. Zo. Ik gooi het maar meteen op tafel, dan kunt u er vast aan wennen, terwijl ik even uitleg hoezo. Dit betekent overigens geenszins dat ik nooit domme dingen doe, maar dat zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Zo maakte ik op 18-jarige leeftijd de keuze te stoppen met school. Ik had inmiddels zes jaar voortgezet onderwijs genoten, verspreid over een vijftal verschillende scholen en drie internaten en ik werd er een beetje moe van. Het langst zat ik twee jaar op dezelfde school, op één van de internaten mocht ik na vier weken alweer weg. Ik was dan wel slim, maar niet zo gemakkelijk in de omgang met autoriteit. Bovendien was het 1975, had ik lang haar, rookte de ene joint na de andere en had het woord diploma sowieso al een helemaal foute klank. Zinniger leek mij om onder het motto ‘beter langharig dan kortzichtig’ in kraakpanden op vettige matrassen gewillige hippiechicks te bestuderen, drugs uit te proberen en naar rock’ en roll  te luisteren. Nu, ruim 40 jaar later, zou ik die keus misschien niet meer maken, maar toen leek het toch echt een uitstekend idee. Dat werd nog eens bevestigd toen ik een paar jaar en honderd baantjes verder een busje kocht, me zes maanden te pletter werkte en vervolgens de hele winter lui op Griekse stranden rondhing. Ik maakte een lange neus naar die suffe schoolvrienden van me, die nu in de Hollandse kou scheikunde of economie studeerden of, nog erger, bij een bank waren gaan werken. Goh, wat voelde ik mij slim.

Lees verder Slim (1)

Komkommertijd

Het zal wel door de hitte komen dat in de zomermaanden alles steeds langzamer gaat, tot het leven uiteindelijk in een stroperige brij verandert, waarin alleen een koud biertje nog enige verlichting brengt. Je ziet het in alles terug. Kranten en tijdschriften zijn vrijwel onleesbaar door de aperte flauwekul waarmee de kolommen gevuld worden. De TV is het hele jaar slecht (daarom kijk ik nooit), maar in de zomer schijnt het nog erger te zijn. Nu kan ik op dit blog natuurlijk dapper tegen de stroom in gaan roeien, maar hier is het nog warmer dan bij jullie, dus dat is bijna onbegonnen werk. Vanaf morgen dus mijn eigen bijdrage aan de komkommeroogst: een vervolgblog van een aflevering of vier, vijf. Niet over boeken, maar over waar ik zelf ooit een boek aan wilde wijden: mijn kleurloze leven. Maar dat gaat er vermoedelijk niet meer van komen. Dus dan maar zo. Ter lering ende vermaak. Best leuk leesvoer. Neem er geen aanstoot aan, tegenwoordig ben ik best te pruimen.

 

Musk

In de gebruikelijke stroom journalistieke bagger waar ik dagelijks doorheen waad op zoek naar die paar pareltjes, die het lezend leven de moeite waard maken, kwam ik een tussengevalletje tegen. Op zich een prima geschreven stuk, maar wat proefde ik daar nou toch tussen de regels door? Jaloezie? Nu is Elon Musk een controversieel figuur, zoals vrijwel iedereen die een visie heeft én succes, maar om hem nu als een doodordinaire kapitalist weg te zetten, die het alleen maar om de poen gaat, is me wat te gortig.

Ik steek mijn bewondering voor Musk niet onder stoelen of banken. Net als Steve Jobs is hij wellicht geen ideale werkgever, geen prettig sociaal persoon en misschien wel een hork of zelfs een klootzak, maar dat doet niets af aan het feit dat hij zo’n beetje in zijn eentje hele technologische revoluties op gang brengt. Ja maar, stond er in het stuk, hij vindt die technologie niet zelf uit. Nee, Jobs heeft de smartphone ook niet bedacht, maar wel de smartphonerevolutie ontketend. Trouwens, de meeste hedendaagse technologie is er dankzij de door de overheid gesponsorde wetenschap gekomen. Bedrijven maken die vervolgens commercieel. Je leest hier een goed verhaal over hoe dat zit.

Lees verder Musk

Kwakgeschiedenis

Ik weet niet of hij het zelf gemunt heeft, maar iedere keer als Jona Lendering het woord op zijn blog gebruikt, moet ik even grinniken. Kwakgeschiedenis. Beslist het leukste woord dat ik in jaren tegengekomen ben. Jona plakt dit etiket op verhalen over het verleden die duidelijk onzin en vaak expliciet volkomen onmogelijk zijn. Hij is er nog vrij voorzichtig mee, voor mij geldt het eigenlijk al voor elke speculatie, die niet als zodanig aangegeven is. Een mooi voorbeeld van zo’n kwakhistoricus is Erich von Däniken, die in 1969 met ‘Waren de goden kosmonauten?’ een behoorlijke bestseller produceerde. Ik las dat boek in de jaren ’70 en vond het toen geweldig. Om een paar redenen. Ten eerste ben ik een liefhebber van science fiction, dus alles over buitenaardse beschavingen vind ik snel interessant. Verder heeft de wetenschap mij al jong de neus laten stoten. Las ik in de KIJK een mooi verhaal, dan kwam ik er een paar jaar later achter dat er niets van klopte. Wetenschappers hielden elkaar de hand boven het hoofd, bleven hardnekkig vasthouden aan de bestaande consensus en nieuwe ideeën werden weggelachen. Ik overdrijf wellicht, maar ik was natuurlijk nog jong. Dus een radicaal ander verhaal, zoals dat van Von Däniken, ging erin als koek. Stand with the underdog. Afgelopen zaterdag stond er een artikel over hem in de Volkskrant en barstte de discussie meteen weer los.

Lees verder Kwakgeschiedenis

Stenen

Ergens halverwege de jaren ’80 ging ik met een vriendin voor een weekje naar Engeland. Zij had in Londen gewoond en wilde wat vrienden opzoeken, ik had Oxford en Stonehenge op mijn bucketlijstje staan. Behalve dat je links moet rijden, het belabberde eten en de Britten zelf natuurlijk, is het best een aardig land. Londen vond ik niks, behalve het Hampstead Heath park, en Oxford was geweldig, maar vooral die paar uur bij Stonehenge zijn 30 jaar later nog steeds een aangename herinnering. Al wist ik er nauwelijks veel meer van dan de gemiddelde toerist, het maakt indruk en smaakte eigenlijk naar meer. Ik zag weliswaar nog een paar andere steencirkels en had daarvoor al eens een verdwaalde hunebed in Drenthe gespot, je rijdt daarna weer naar huis en bent al snel weer met andere dingen bezig.

Gelukkig is een mens nooit te oud om te leren en attendeert iemand je wel eens op een interessant boek. Zo las ik een tijdje terug een uitstekende recensie van ‘Een paleis voor de doden’ van de Belgische wetenschapsjournalist Herman Clerinx. Kijk, die man neemt geen halve maatregelen. Als er ergens in Nederland, België, Frankrijk of Engeland een interessante steen staat, dan staat die in het boek en vertelt hij je niet alleen een korte geschiedenis en de nodige anekdotes, maar ook waar je dat ding precies kunt vinden. Een veldgids. Om blij van te worden.

Lees verder Stenen

Taal

Behalve lezen vond ik ook schrijven al op jonge leeftijd leuk. En dan vooral spelen met taal. Ik schreef liedjes, gedichten en observaties. Ik was verslaafd aan cabaret en verslond de soms ronduit absurde taalkronkels van idolen als Kees van Kooten en Drs. P. Uiteindelijk resulteerde één en ander jaren later in mijn bestaan als tekstschrijver. Taal is zeg maar echt mijn ding. Dus toen er in 2009 een boek verscheen met die titel, was mijn nieuwsgierigheid direct gewekt. Paulien Cornelisse schrijft in dit soms buitengewoon geestige werkje over de merkwaardige wijze waarop mensen met taal omgaan. Hoewel taal bedoeld is om iets duidelijk te maken, komt daar vaak maar weinig van terecht. Talloze zeer herkenbare voorbeelden tonen de feitelijke onmogelijkheid van helder communiceren aan. Omdat één boekje niet genoeg bleek, kwam een paar jaar later ‘En dan nog iets’ met nog veel meer rake observaties van hoe wij in het dagelijkse leven stuntelen met taal. Lichtvoetig en in prettig leesbare stijl. En met veel aha-erlebnis. Geen hoogstaande taalstudie, maar ook geen niemandalletje. Ik kan beide boekjes van harte aanbevelen. Goed voor uren leesplezier. Dit is overigens uiterst subjectief. Er verschijnen aan de lopende band taalboekjes, die ik niet allemaal lees, en er zit vast wel meer vermakelijk leesvoer tussen.

Lees verder Taal

Plaatselijke geschiedenis

Dat ik dol ben op geschiedenis mag als bekend worden verondersteld. Ik lees er dus veel over, maar ook oude dingen en plaatsen boeien mij bovenmatig. Meestal moet je daarvoor op reis, maar ik heb mazzel en woon in een stukje geschiedenis. Om maar meteen heel dichtbij te beginnen, het huis waarin ik woon is in zijn huidige vorm ongeveer 300 jaar oud. Nou ja, huidige vorm, ik kocht het in 2001 als ruïne. Het had 35 jaar leeg gestaan en was gedeeltelijk ingestort. Aan de structuur van de muren die nog overeind stonden, kon je zien dat het in fasen was opgebouwd. Elke generatie haalde wat weg, voegde wat toe, vernieuwde, veranderde. Maar in grote lijnen was het dus een drietal eeuwen oud. Hoewel? Het oudste gedeelte, onderin, was oorspronkelijk een kleine rechthoekige ruimte met een schietgat en een zwaar te barricaderen deur. Dat stukje staat er vermoedelijk al ruim duizend jaar. Iets verder op mijn land staat een Romaans kerkje uit de twaalfde eeuw, dat gebouwd werd door de mensen die er omheen woonden. Vrijwel al die huizen zijn nu verdwenen, maar in de nu lege vallei waar ik woon, leefden ooit zo’n 150 mensen. Nog een klein stukje verder de wildernis in staat een kerkje dat in een bisschoppelijke akte uit 844 wordt genoemd. Maar toen stond het er waarschijnlijk al even.

Lees verder Plaatselijke geschiedenis