Verboden vruchten

De organisatoren van de Boekenweek hebben in hun oneindige wijsheid besloten ‘Verboden Vruchten’ tot het thema van 2017 te maken. Connie Palmen doet er een boekje over open en vermoedelijk weet Herman Koch er ook wel raad mee in zijn Boekenweekgeschenk. Plus natuurlijk volop aandacht voor een vloed van schrijvers en schrijfsters die zich al ooit aan het onderwerp wijdden (of vertilden). Ik ging nog iets verder terug, naar 1968, en vraag je aandacht voor een meesterwerk, dat helaas in de vergetelheid raakte.

Tom Wolfe, een icoon in Amerika, is in ons land vooral bekend door zijn romans, waarvan ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ de meest opvallende is. Maar voor hij fictie begon te schrijven, was Wolfe eerst jarenlang journalist. En wat voor één. Zijn reportages, waarvan er een aantal ook in boekvorm uitkwamen, leken in niets op alles wat er daarvoor geschreven werd. Wolfe dompelde zich helemaal onder in zijn onderwerp en beschreef wat hij meemaakte op een uiterst persoonlijke, rauwe en buitengewoon beeldende manier. Bijna in zijn eentje zette hij een compleet nieuwe vorm van journalistiek op het menu van bladen als Vanity Fair en The New Yorker.

Zijn bekendste reportage in boekvorm ken je wellicht, omdat het later verfilmd werd: ‘The right stuff’, een heldenepos over het begin van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. Maar al veel eerder ging Wolfe, aanvankelijk eigenlijk nauwelijks geïnteresseerd, op gevangenisbezoek bij Ken Kesey, de schrijver van ‘One flew over the cuckoo’s nest’, die was aangehouden voor het bezit van marihuana, in 1966 nog een ernstig misdrijf in de Verenigde Staten.

Wolfe raakte onder de indruk van de charismatische Kesey en besloot de net opkomende hippiecultuur in San Francisco aan een nader onderzoek te onderwerpen. Kesey was een held in die cultuur. Hij was begin jaren ’60 via een testprogramma in een ziekenhuis in aanraking gekomen met het nog onbekende hallucinogene middel LSD en zag daar onmiddellijk de creatieve potentie van. Hij smokkelde wat van het spul de kliniek uit en begon met een paar vrienden op een afgelegen boerderij te experimenteren. Kort daarna tuigden ze een oude autobus op als rijdend propagandacentrum en organiseerden feestavonden waar de met LSD versterkte Kool-Aid (een frisdrankje) rijkelijk vloeide. Aan de buitenwereld werden die avonden verkocht als een mogelijkheid om middels lichteffecten en muziek de tripervaring op te doen zonder de drug te nemen. Maar de hippe scene van Californië wist natuurlijk wel beter.

De lotgevallen van Kesey en zijn vrienden staan op zich al borg voor een goed verhaal. Een beroemde schrijver die aan de drugs gaat, heel Amerika met die drug wil infecteren, aangeklaagd wordt, op de vlucht slaat naar Mexico, na een half jaar terugkomt en tenslotte gearresteerd wordt door de FBI. Maar dat vindt Wolfe niet genoeg. Wolfe wil dat je de nieuwe hartslag van jong Amerika voelt, dat je het meemaakt, dat je Kesey wórdt, dat je tript zonder de drug te gebruiken. Wolfe sleurt je mee die bus in, het ravijn in, de kersverse underground van Amerika in, en prikkelt al je hersencellen met een weergaloos, voortrazend, kaleidoscopisch literair festijn dat je suizebollend achterlaat. Bijna een wonder dat het boek niet verboden werd. Nog nooit werden verboden vruchten zo sappig, zo smakelijk, zo kleurrijk, zo benevelend journalistiek gepresenteerd. Kortom, een meesterwerk.

‘The Electric Kool-Aid Acid Test’ verscheen in 1968 en was direct een enorm succes. De brave burgers van Amerika wisten niet wat ze overkwam. Bert Bakker bracht in 1971 de Nederlandse vertaling uit onder de titel ‘De Trip”. In 1982 volgde nog een herdruk. Het boek is op dit moment natuurlijk uitverkocht, maar hier en daar nog wel te vinden. De Engelse versie is nog steeds verkrijgbaar via Amazon.

(Dit artikel verscheen op 26-03-2017 op Sargasso.nl)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *