Homo’s (sapiens)

Ik had mij eigenlijk voorgenomen niet over politiek of over maatschappelijke kwesties te bloggen, maar ik moet gewoon even reageren op een, zoals gewoonlijk haarscherpe, column van Bas Heijne in het NRC van vandaag. Bas was toch wel een keer aan de beurt gekomen, want hij is zonder twijfel de meest intelligente columnist van Nederland. Als ik een zin twee keer moet lezen, is dat meestal omdat het een kromme zin is, of er mist een woord, er zit in elk geval een fout in. Maar Bas is iemand die zoveel briljant geformuleerde informatie in één zin stopt, dat ik die vaak nog een keer moet lezen om hem helemaal te begrijpen. De eruditie spat ervan af. Zijn essays zijn dan ook een genot om te lezen. Je zou haast een abonnement op de NRC nemen, alleen maar om zijn wekelijkse column te kunnen consumeren.

Goed, dat zijn wel genoeg veren in zijn ..eh..bips (reet vind ik hier niet helemaal passend), dus we gaan even kijken naar zijn stukje van vandaag, getiteld ‘Homohypocrisie’. Het gaat over die twee homo’s die werden afgetuigd vorige week en de reacties daarop. Ik ga het niet helemaal navertellen, je leest het stukje zelf hier. Maar er waren een paar dingen, die hij zei, waar ik toch iets over kwijt wil. Hij schrijft ergens dat homoseksualiteit onder heteroseksuele mannen nog steeds een taboe is en dat hij er nooit een openhartige discussie over heeft meegemaakt. Daar kijk ik van op. Van de vriendenkring van Bas had ik mij een andere voorstelling gemaakt. Ik had 40 jaar terug al homo’s (en lesbiennes) in mijn vriendenkring en ik geloof niet dat er ooit iets onbespreekbaar was. Ben ik dan zo uitzonderlijk (dit valt niet geheel uit te sluiten) of begrijp ik Bas gewoon verkeerd?

Hoe worden taboes geslecht? Allereerst is er de invloed van je opvoeding. Ik was ooit misdienaartje in de RK kerk, dus dan weet je het wel. Toch waren mijn ouders open en ruimhartig en ontliepen het contact met een rabiaat racistische tante. Verder zat ik op kostschool bij broeders, waar wij grappen maakten over de vermeende homoseksuele neigingen van de ziekenbroeder. Maar met een zekere tederheid, nooit kwaadaardig. En later? Het kan met drugsgebruik te maken hebben. Als je bewustzijnsverruimende middelen gebruikt, word je kwetsbaarder, dus dat doe je graag samen met mensen die je vertrouwt. Als ik van een homovriend het idee had dat hij me leuk vond en ik voelde me daar ongemakkelijk bij, praatten we daar gewoon over. En ja, we plaagden ze met hun nichterigheid, maar opnieuw met tederheid, vrienden onder elkaar. We hugden en zoenden elkaar met evenveel gemak. Is dat zo bijzonder allemaal? Komop mensen.

Heijne zei ook iets over de homoseksuele identiteit. Alsof het een aparte mensensoort betreft. Als iemand homo is, is hij ook alleen dat. Wat, zoals hij schrijft, natuurlijk onzin is. Een identiteit is inderdaad diffuus, vloeiend. Je bent óók homo. Net zoals je ook vader, zus, jood of doof bent. Wat denkt men dan? Dat homo’s de hele dag alleen maar homofilms kijken, homoboeken lezen, homokoekjes eten en darkrooms afstruinen? Het hele woord homogemeenschap is al absurd. Homo’s zijn niet het probleem, wijzelf moeten eindelijk eens een beetje volwassen worden. En dat los je niet op door demonstratief voor de foto met een man hand in hand te gaan lopen, maar door homo’s om je heen te nemen voor wat ze zijn: mensen, zoals jij en ik. Met uiteenlopende interesses en levensovertuigingen. Sommige mag je en andere niet. Gun gewoon ieder het zijne/hare. Hoe moeilijk kan het zijn?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *